Onze geschiedenis

Van Afrika
naar Suriname

Een reis door generaties. Ontdek de geschiedenis, plaatsen, verhalen, taal en cultuur die samen het verhaal van Familie Felter en Coronie vertellen.

Stemmen uit Coronie

Luister naar de verhalen en muziek

In deze verzameling komen stemmen, liederen, verhalen en herinneringen uit Coronie samen. Luister naar de opnamen en ontdek een belangrijk deel van het culturele erfgoed van het district.

Voordrachten van Sombra

Luister naar de opnamen van Sombra
De opnamen worden geladen...

Video's uit Coronie

De Palmen van Coronie

Lucia Lamsberg

Mamio

Sombra – Live

Katibo Nengre

Schrijf je geschiedenis

Stichting SaraH

Ons streven

Samen werken aan het bewaren, verbinden en doorgeven van onze familiegeschiedenis.

Samen bewaren we onze geschiedenis

De Stichting SaraH is in 2006 opgericht en is een officieel rechtsorgaan. De statuten zijn via de notaris vastgelegd. De Stichting streeft ernaar om samen met de familie de volgende doelen te realiseren.

Maar wij kunnen het niet alleen en hebben daarom uw hulp hard nodig. Wilt u bijdragen om onze doelen te verwezenlijken, meldt u zich dan aan via het contactformulier .

Als familielid van de Stichting SaraH kunt u meedoen aan discussies op het forum, zelf een topic starten of een memorabel verhaal vertellen over uw familie, Suriname, Coronie of gewoon een wetenswaardigheid delen.

Onze doelen

  • Het uitzoeken van onze stamboom in ruime zin, onder andere via MyHeritage.
  • De stamboom in boekvorm publiceren.
  • Het organiseren van activiteiten, zoals excursies, dag- of weekenduitjes.
  • Verbinding maken met elkaar en het groepsgevoel binnen de familie vergroten.
  • Het organiseren van evenementen in het kader van fundraising.
  • Eén keer per jaar een familiefeest organiseren.
  • Het uitbrengen van een online krantje in een viermaandelijkse cyclus.
  • Het onderhouden van de website.

Familiegeschiedenis

Voorgeschiedenis

Van een aantal plantages in Suriname is de historie niet uitgebreid opgetekend. Dit is ook het geval bij plantage Bon Retour, bij de Coropinakreek. Naar het zich laat aanzien was dit de eerste plaats waar in Suriname een Felter actief was.

De naam van plantage Bon Retour of Bonretour betekent in het Nederlands zoiets als welkom terug. De plantage was gelegen aan de Tawaycoerakreek, die uitkomt in de Coropinakreek en ligt vlakbij plantage Vierkinderen.

Anno 1770 staat als eigenaresse van de plantage de weduwe Spekhaen vermeld, ook wel gespeld als Spekhaan. De weduwe Spekhaen betreft Julie Chillon/Jerion, die in Suriname in 1747 een eerste huwelijk kende met Pieter Spekhaen.

Nadat ze in 1751 weduwe was geworden, werd haar plantage te Para getroffen door een weglopersaanval, waarop als reactie, zoals destijds gebruikelijk, een achtervolging op de aanvallers werd georganiseerd.

Kort nadien zou Julie een tweede huwelijk zijn aangegaan met Jacob Felter uit het Duitse Dantzig, te Para, waarbij Hermanus Bosse als getuige optrad. Ook deze Jacob Felter zou ze overleven, en waarschijnlijk moest hij de naamgever zijn geweest van de Surinaamse familie Felter.

We zien ook dat in 1772 in Suriname ene Jan Philip Felter overleed en in 1780 Martin van Felter. Anno 1770 was Jacob Felter zelf reeds overleden, en diens weduwe stond nadien, zoals dat gebruikelijk was, onder de naam van haar eerste man als weduwe Spekhaan vermeld.

De familienaam Felter komen we nadien tegen aan de kust van Coronie, waar deze naam ten tijde van de emancipatie aan 18 personen wordt verstrekt op katoenplantage Sarah.

Tot de personen die van de naam Felter werden voorzien behoorde de in 1817 geboren Flora, ofwel Flora Charlotte Felter, wiens dochter Petronella Helena Felter trouwde met Alexander Mac Donald.

Wellicht het bekendste lid van de familie Felter is Eddy Felter (1931-2001), die we beter kennen onder de artiestennaam Mighty Botai (Beau Tie), een van de mannen die zich bezig hield met zogenaamde Srefidensi singi.

Het gruwelijke slavernijverleden

Er was eens een economisch systeem genaamd trans-Atlantische slavenhandel en slavernij dat bijna 400 jaar lang welvaart creëerde voor de Europese mens.

Hierover heb ik uitgebreid geschreven in Zwarte Waarheid (Chapter 3A) en Zwarte Waarheid (Chapter 3B).

Een vergeten aspect van slavernij in de Amerika's is de rol van honden in dat systeem. Of misschien is het niet vergeten, maar wordt het nooit meegenomen in studies over één van de meest verschrikkelijke gruweldaden in de geschiedenis van de mensheid.

“Een vergeten aspect van slavernij in de Amerika's is de rol van honden in dat systeem.”

— Ban Ki-moon, voormalig Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties

Honden

De verontrustende waarheid is dat deze dieren voor een groot deel hebben bijgedragen aan het in stand houden en bloeiend houden van de slavernij.

En de wrede, bijna duivelse, wijze waarop deze dieren bijna 400 jaar lang werden gebruikt heeft veel bijgedragen aan de transgenerationele trauma's waar veel nakomelingen van slaafgemaakten tot vandaag onder lijden.

Neger-honden

Dit was de naam van honden die op plantages samen met menselijke slavenpatrouilles toezicht hielden op de slaafgemaakten.

Zij zorgden door een constante dreiging van geweld ervoor dat de in gevangenschap levende slavenpopulatie niet wegvluchtte van de plantages.

Een slaafgemaakte was kostbare handelswaar. Ook voor het vinden van een gevluchte slaafgemaakte werden honden gebruikt.

De Dogo Cubano

Het was een speciaal voor deze taak gefokte hondensoort. Tegen de 18e eeuw was plantagestaat Cuba het centrum in de Amerika's voor het fokken en trainen van de Dogo Cubano, de Cubaanse Bloedhond.

Deze hondensoort werd zeer populair bij andere plantagestaten, zoals Brazilië, Jamaica en Noord-Amerika.

Het was een subtype van de Bull-Mastiff, met een groter lijf en een sterkere beet.

Bijtkracht

De kracht van een beet wordt uitgedrukt in PSI. Dit geeft aan hoeveel druk een beet op een vierkante inch uitoefent.

De mens heeft een PSI van 120. De Duitse Herder een van 238. De Pitbull Terriër heeft een PSI van 235.

De Dogo Cubano had een PSI vergelijkbaar met de Mastiff, 556. Dit dier kon zonder problemen het dijbeen van een volwassen man in tweeën bijten.

Gebruik tijdens de slavernij

De Dogo Cubano, ook wel Cuban Mastiff genoemd, werd geïntroduceerd in Cuba tijdens de slavernij voor het surveilleren van de slavenpopulatie.

Door het fokken was het een dier met een sterker reukvermogen dan de Bloedhond, maar ook vele malen agressiever.

De Dogo Cubano werd geprezen om zijn effectiviteit bij het opsporen en soms elimineren van gevluchte slaafgemaakten.

Deze hond werd geëxporteerd naar andere plantagestaten, zoals de Guyana's (waaronder Suriname), de Verenigde Staten, Jamaica en Brazilië, waardoor door kruising weer andere subtypes ontstonden.

De Dogo Cubano is uitgestorven. Het dier was na de afschaffing van de slavernij in de Amerika's niet meer nuttig.

Op Cuba werd de Dogo Cubano gefokt en getraind voor maar één specifiek doel.

De namen van plaatsen in Suriname

Veel plaatsen, rivieren en plantages in Suriname hebben namen die herinneren aan de mensen en bevolkingsgroepen die een rol hebben gespeeld in de geschiedenis van het land.

  • Paramaribo is gesticht door Indianen/Inheemsen.
  • Moengo door Amerikanen.
  • Hamburg door Duitsers.
  • Burnside door Engelsen.
  • Livorno was een plantage van een Italiaan, Livorno.
  • De naam Geyersvlijt komt van eigenaar Jan Geyer.
  • Leonsberg is vernoemd naar de familie De Leon.
  • Lawa (rivier) is van het Franse woord L'awa.
  • Albina is gesticht door een Duitser en vernoemd naar zijn vrouw Albina Liezenmaier.
  • Moengo is afkomstig van Mongo (Aucaans), dat „heuvel” betekent.
  • Motkreek was voor de Engelsen Mudcreek (Moddercreek), maar de Hollanders maakten daarvan Motkreek.
  • Braamspunt is vernoemd naar de eerste Engelse gouverneur William Byam. De witte Hollanders maakten de y tot r en het werd Bramspunt, wat verbasterd is tot Braamspunt.
  • Veel rivier- en plaatsnamen zijn afgeleid van Indiaanse woorden. Marowijne is van oorsprong Marowyne. De namen Matapica, Perica, Peninica en Saramacca eindigen allemaal op „ca”. Ca aan het eind van een woord duidt op „water”.

Torarica

Torarica zou afkomstig zijn van Portugese Joden. Zij noemden de plek naar hun rijke „rica” Tora.

Een ander verhaal is dat toen een witte op de plek aankwam en ook een witte zag, hij verrast was. Hij vroeg aan een Arowak wat voor dorp het was en die zei: „Dat is de plaats waar witte wonen”, oftewel „torara hariraca”.

De naam is gebleven, maar van de plaats heeft men niets meer teruggevonden.

Marshallkreek

De naam Marshallkreek is afgeleid van de kolonist kapitein Marshall, die in 1630 naar Suriname kwam met een groep Engelse kolonisten. Toen de Hollandse zeevaarder David Pieterszoon in 1634 de Surinamerivier opvoer, trof hij nog mensen aan uit de kolonisatie van kapitein Marshall.

In 1651 stuurde de Britse gouverneur Lord Francis Willoughby ook kolonisten naar Suriname om de kolonie te stichten, maar van kapitein Marshall werd niets teruggevonden, alleen de naam Marshallkreek.

Ook in Coronie zijn de plaatsen Friendship, Totness en Burnside allemaal Engels. Het waren de Engelsen die de eerste plantages in Coronie aanlegden.

Na de afschaffing van de slavernij

Na de afschaffing van de slavernij in het jaar 1863 werden de slaven toch verplicht om gedurende een periode van 10 jaren arbeid te verrichten op plantages.

Na het jaar 1873 zien wij een teruggang in de katoenindustrie, onder andere door:

  • gebrek aan afzet;
  • prijsdaling door het herstel van de Noord-Amerikaanse katoenindustrie na de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861 tot en met 1865;
  • kusterosie.

De Surinaamse katoenplantages kwamen niet verder tot bloei en raakten in verval.

Totness en de katoenplantages

In 1822 werd Totness de eerste gouvernementele vestigingsplaats voor vrije slaven in Suriname.

In 1825 en 1830 werd de topproductie van katoen bereikt. De kaart van M.D. Teenstra-Mabe uit 1835 laat 22 katoenplantages, 5 verlaten plantages en een militaire post zien.

In 1851 veranderde de naam van het district Boven Nickerie in district „Coronie”.

De Engelse periode in Coronie

In de periode van 1799 tot 1815 was Suriname, met een korte onderbreking, geoccupeerd door Engeland.

Gedurende dezelfde periode eisten de Engelse en Schotse kolonisten de gronden van de inheemse („Soeweija”), gelegen langs de kust van het district Boven Nickerie, op om katoenplantages aan te leggen.

De nieuwe plantagegebieden kregen de naam „kolonie”, later verbasterd tot „Coronie”.

In 1808 werd de eerste katoenplantage door Mr. A. Cameron tot ontwikkeling gebracht (Lot #210) en spoedig volgden er meer.

Geëmancipeerde tot slaaf gemaakten van plantage Burnside te Coronie

Laten we het verleden herinneren om te zien hoe ver we zijn gekomen (Mandela). Loslaten is het pad naar vrijheid.

Ik wenste dat Surinamers dit konden toepassen op de kwestie Bouterse.

Heer, dank voor deze dag en voor onze vaders en grootvaders. Zondag 16 juni 2024, een gezegende dag voor iedereen.

Bij de afschaffing van de slavernij in 1863 waren er op plantage Burnside 373 mensen aanwezig. Velen van hen waren lokaal geboren of waren via Potosi naar Coronie gekomen.

Van een groot aantal van hen is de exacte Afrikaanse afkomst niet bekend. Ook is niet van iedereen bekend wanneer en onder welke omstandigheden zij zijn overleden.

Families die met elkaar verwant waren, kregen na de emancipatie vaak dezelfde achternaam. Daarvoor hadden veel tot slaaf gemaakten slechts een voornaam.

Familienamen

Alder
Arentz
Baumgart
Bendt
Berens
Blanck
Blankendal
Bossoe
Bot
Broekveld
Buisman
Burnside
Camiron
Camron
Content
Cruikshan
Direksie
Dusen
Eskens
Favori
Franklin
Frederickz
Frita
Frikkens
Garden
Glusenkamp
Goehart
Goudmijn
Groebie
Groenefelt
Haries
Helles
Horsen
Jantonius
Jiem
Jona
Kamp
Kamrin
Kempes
Kesselbrink
Klijn
Koeten
Koningsveld
Korsten
Kroesbeek
Krolle
Kromomie
Landsdorf
Lieneke
MacBean
Maclier
Macnelzy
van der Mehr Molly
Moosba
Norak
Owart
Palmerston
Phoenix
Pitt
Plaat
Promes
Reynwaan
Rigters
Rijken
van de Roet
Sandbrink
Schaapherder
Schuurveld
Severin
van Sleeker
Slijngard
Soesman
Stuwart
Tam
Thomassen
Vlek
Vliet
Vredeman
Vreeland
Waalman
van Westen
Wijdenbosch
Wijdt
Wilken
Williams
Zandvliet
Zijgers
CULTUUR

Wisi

Wisi is criminele handeling van een boosaardig persoon (zwarte magier of wisi-man). De beoefenaar van zwarte kunst noemt men een wisi-man.

De oorzaken zijn meestal jaloezie, achterdocht, wraak nemen, bedreiging, bijv. iemand in de weg staan.

Een wisi-man wordt zeer gevreesd. Doormiddel van sommige rituele handelingen kan hij de boze geesten van overledenen oproepen en deze bezweren om op zijn vijand ziekte over te brengen of hem te doden. Het geheim van een wisi-man is beslist niet te ontdekken. De meeste wisi-man zijn namelijk zeer achterdochtig ten opzichte van hun geheimen.

Sommigen zijn ook bang, dat, wanneer zij onheil naar een vijand met een sterke afweer of tapu africhten, de magische wisi-kracht onverrichter zake naar de wisi-man die hem heeft gezonden terugkeert en het kwaad dan in plaats van zijn vijand, hem overkomt. Deze tapu werkt namelijk als een boemerang. Vandaar dat men soms bang is iemand te beheksen.

Enkele kenmerken van een wisi-man zijn:

  • a. verbod voor bepaalde spijs, vlees of drank
  • b. hij/zij gaat 's nachts op pad (het kerkhof) om materiaal te verzamelen om zijn/haar doel te bereiken
  • c. hij/zij is vaak eenzaam en zondert zich af van zijn medemensen
  • d. bepaalde tijd met niemand praten.

Tegenover wisi staat tapu (obia) of witte magier. De beoefenaar noemt men winti-man. Een winti-man kan ook geesten oproepen om te helpen met medicijn voor een tapu, om zieken te beschermen en ziekte te voorkomen en familieleden te waarschuwen tegen naderend onheil.

Meestal roept men de geest of yorka van een voorouder op (een vrouw wordt hierdoor meestal bezeten) om via haar stem te waarschuwen. Tegenover elke wisi staat een obia of tapu, dit is afweer. Theoretisch zijn geen van beide absoluut. De techniek hangt af van de kennis van de wisi-man of winti-man of de wisi of de tapu wint.

Kunu in het kort

Kunu is een vorm van geestelijke straf die volgens de overlevering kan ontstaan wanneer iemand een ernstige overtreding begaat tegen een persoon, familie of voorouder.

De gevolgen van een kunu kunnen volgens de traditie van generatie op generatie worden doorgegeven. Daarom wordt binnen de familie gezocht naar de oorzaak en naar een manier om de kunu op te heffen.

Kunu

Kunu is een belangrijk onderdeel binnen de traditionele Afro-Surinaamse geloofsbeleving. Het begrip houdt verband met vergelding, voorouderlijke krachten en het herstellen van het evenwicht.

Een kunu kan volgens de overlevering ontstaan wanneer een persoon of familie ernstig onrecht is aangedaan of wanneer iemand een bepaalde verplichting tegenover voorouders niet nakomt.

De gevolgen kunnen zich uiten in verschillende vormen van tegenspoed. Binnen de traditie wordt daarom vaak gezocht naar aanwijzingen die kunnen leiden naar de oorsprong van de kunu.

Winti en yorka die kunu overbrengen zijn:

  • een winti die verbonden is met een voorouder;
  • een yorka van een overledene;
  • een voorouderlijke geest die volgens de overlevering bescherming of vergelding kan brengen;
  • een geest die door rituelen wordt aangeroepen.

De wijze waarop een kunu zich manifesteert, verschilt per familie en per traditie. Sommige families bewaren hierover verhalen die mondeling van generatie op generatie zijn doorgegeven.

Oorzaken van een kunu

Binnen de traditionele opvattingen kunnen verschillende situaties aanleiding zijn voor een kunu. Daarbij wordt onder andere gedacht aan ernstig onrecht, het niet nakomen van bepaalde verplichtingen, conflicten binnen families en handelingen die volgens de traditie gevolgen kunnen hebben voor nakomelingen.

Het zoeken naar de oorzaak van een kunu kan daarom een belangrijk onderdeel zijn van het proces om de familiegeschiedenis te begrijpen en het probleem op te lossen.

Rituele objecten

Bij rituelen kunnen verschillende voorwerpen worden gebruikt. Welke voorwerpen worden gebruikt, hangt af van de traditie, de familie en de winti-man of winti-vrouw die het ritueel begeleidt.

Deze voorwerpen kunnen een symbolische betekenis hebben en worden gebruikt tijdens gebeden, offers, reinigingen of andere rituele handelingen.

Trance toestanden

Binnen de winti-traditie kan een persoon tijdens een ritueel in trance raken. In deze toestand wordt volgens de traditie contact ervaren met een winti of yorka.

De persoon kan daarbij anders reageren dan in het dagelijks leven. Voor deelnemers aan het ritueel kan dit worden gezien als een moment waarop de geest zich kenbaar maakt.

Winti-liederen

Muziek en zang vormen een belangrijk onderdeel van verschillende traditionele rituelen. Winti-liederen worden gebruikt om een bepaalde sfeer te creëren, winti's aan te roepen en de verbinding met de spirituele wereld te versterken.

De liederen worden vaak begeleid door percussie en worden binnen families en gemeenschappen mondeling doorgegeven.

Apuku

Apuku is een geest die binnen de Afro-Surinaamse traditie wordt genoemd. In verhalen en overleveringen wordt Apuku verbonden met het bos en met de bovennatuurlijke wereld.

Verhalen over Apuku maken deel uit van de mondelinge traditie en zijn in verschillende vormen van generatie op generatie doorgegeven.

Susa

Susa is een traditionele dansvorm die deel uitmaakt van de Afro-Surinaamse cultuur. Dans, muziek en ritme vormen daarbij samen een belangrijk onderdeel van de culturele uitdrukking.

De betekenis en uitvoering van Susa kunnen per gelegenheid, gemeenschap en traditie verschillen.

Kawinamuziek

Kawinamuziek is een belangrijke muziekvorm binnen de Surinaamse cultuur. De muziek wordt gekenmerkt door ritme, zang en verschillende percussie-instrumenten.

  1. De kankantri
  2. De apinti
  3. De tumao
  4. De cuatro
  5. De maracas
  6. De zang

Dit culturele erfgoed vormt een belangrijk onderdeel van de geschiedenis en identiteit van Suriname.