Wist u dat…

Historische feiten, bijzondere verhalen en mijlpalen uit het verleden en heden van het district Coronie.

Sombra – een levende stem van Coronie

Stanley Richard Slijngaard

Sombra – Stanley Richard Slijngaard
Sombra – Stanley Richard Slijngaard
Sombra – Stanley Richard Slijngaard

Sombra, de schrijversnaam van Stanley Richard Slijngaard, is geboren op 13 februari 1939 in Totness, in het district Coronie. Hij is dichter, schrijver, woordkunstenaar en voordrachtskunstenaar en is een markante verschijning binnen het Surinaamse culturele leven.

Zijn verbondenheid met Coronie loopt als een rode draad door zijn leven en zijn werk. Sombra schrijft voornamelijk in het Sranantongo en verwerkt in zijn gedichten en verhalen herinneringen, geschiedenis, cultuur en het dagelijks leven.

Sombra houdt verhalen, taal en herinneringen van Coronie levend en geeft ze door aan volgende generaties.

Zijn werk laat zien dat de geschiedenis van Coronie niet alleen bestaat uit jaartallen en gebeurtenissen. Ook de verhalen van mensen, hun taal, hun herinneringen en hun manier van leven maken deel uit van die geschiedenis.

Sombra als dichter en voordrachtskunstenaar

Sombra schrijft voornamelijk korte verzen in het Sranantongo. Zijn voordrachten vormen een belangrijk onderdeel van zijn kunstenaarschap. Met zijn karakteristieke stem, zijn manier van vertellen en zijn gebruik van ritme brengt hij zijn gedichten tot leven.

Zijn literaire werk omvat onder andere Tarta, Dagwe, Kroi, Ten/Tijd, Griot, Boskopuspikri/Boodschappenspiegel en A Sigrit. Zijn werk is daarnaast opgenomen in verschillende Surinaamse literaire bloemlezingen.

Een belangrijke stem uit Coronie

Sombra is medeoprichter van de Schrijversgroep ’77 en vervult jarenlang bestuursfuncties binnen deze groep. Ook is hij een regelmatige gast bij literaire en culturele bijeenkomsten.

Als voordrachtskunstenaar brengt hij zijn werk niet alleen in Suriname, maar ook daarbuiten. Hij bezoekt onder meer Frans-Guyana, Nederland en Cuba.

Zijn betekenis voor Coronie ligt vooral in de manier waarop hij de verhalen, taal en cultuur van zijn geboortegrond blijvend onder de aandacht brengt. Hij verbindt het Coronie van vroeger met het Coronie van vandaag en geeft daarmee ook toekomstige generaties de mogelijkheid om hun culturele geschiedenis te leren kennen.

Sombra is daarmee niet alleen een schrijver uit Coronie, maar ook een levende drager van verhalen en herinneringen die deel uitmaken van het culturele erfgoed van het district.

Historische feiten en mijlpalen van Coronie

Een overzicht van bijzondere gebeurtenissen die het district Coronie door de jaren heen hebben gevormd.

Vier unieke records van Coronie

  1. De eerste DC-10 van de KLM die op luchthaven Zanderij landde, stond onder leiding van gezagvoerder Maikel Tjok, een geboren Coroniaan.
  2. De eerste Surinamer die een eredoctoraat ontving voor folkloremuziek, was Eddie “BOTAI” Felter, eveneens een geboren Coroniaan.
  3. De eerste Surinaamse die in Nederland met een eigen partij (BIJ1) werd verkozen tot Tweede Kamerlid, is Sylvana Simons; haar roots liggen in Coronie.
  4. De allereerste Europese raketlancering op het vasteland van Zuid-Amerika vond in 1965 plaats in Coronie.

4 januari 2023

Precies 62 jaar geleden verhuisde Sombra (Stanley Slijngaard) van Coronie naar Paramaribo. Ter gelegenheid van deze bijzondere dag citeert hij het volgende:

Ini nen fu Prinsi fu Totness, Keisri fu Frensipi, Tiriman fu Coronie e prati mofo taki tide fo Januari na sigsi tenti yari nanga fri-wani, di a go ini barenskapu ini Sranan Paramaribo.

Productiecijfers: 1945 versus 2018

In 2018 produceerde het district nog 10.000 liter honing en 50.000 liter kokosolie. Dit staat in schril contrast met de bloeiperiode van 1945.

Destijds produceerde Coronie op jaarbasis maar liefst 7.730.415 kokosnoten, waarvan 7.475.000 stuks werden verwerkt tot 575.000 liter kokosolie, 1.068.028 kilo padi, 38.000 kilo honing, 2.100 kilo maïs, 6.700 sinaasappelen, 5.000 kilo aardvruchten, 3.800 bossen bananen, 2.100 trossen bacoven, 350 kilo tabak, 300 kilo cacao, 100 kilo koffie en 250 kilo pinda's.

Het district voorzag destijds volledig in de eigen rijstbehoefte en telde 3.680 varkens, 690 runderen en 128 paarden, ezels en geiten. Dankzij de aanwezigheid van 31 winkels, 6 tapperijen, 5 bakkerijen, 4 slachterijen, 4 rijstpelmolens en 9 kotters was men destijds nauwelijks afhankelijk van Paramaribo.

1989: De vliegramp

Op 7 juni 1989 kwam Ronald Eric Sion om het leven bij de SLM-vliegramp. Hij had samen met Sombra deelgenomen aan het MEP-festival in Nederland.

Beiden hadden een bevestigde boeking om op 6 juni terug te vliegen naar Suriname. Sombra werd echter op 4 juni gebeld door de SLM met de mededeling dat hij niet op de vlucht van 6 juni geplaatst kon worden en op 7 juni een nieuwe vertrekdatum moest ophalen.

Dit telefoontje heeft uiteindelijk zijn leven gered.

1976 – 1978: De Bakboorddam

Tussen 1976 en 1978 legde het Ministerie van Openbare Werken en Verkeer (OW&V) een zwampkerende dam aan, ook wel bekend als de Bakboorddam.

Deze dam lag zo'n 3 tot 4 kilometer ten zuiden van de Oost-Westverbinding en had een totale lengte van circa 26 kilometer.

Doordat er geen kunstwerken of sluizen in de dam werden geplaatst, kwam er abrupt een einde aan de eeuwenoude, directe aanvoer van zwampwater die essentieel was voor de irrigatie van de St. Jozefpolder.

Data omtrent het ontstaan, de bloei en het verval van de polders

  • ±1965: Aanleg van een nieuwe zeewering van circa 2200 meter bij de St. Jozefpolder en de Cocospolder.
  • ±1961: Evacuatie van een deel van de bewoners uit de Totnesspolder-Noord wegens wateroverlast.
  • 1960: Aanleg van een nieuwe zeewering van circa 1200 meter bij de Totnesspolder.
  • 1955 – 1957: Aanleg van de Cocospolder als derde Noorderpolder door het Welvaartsfonds en OW&V. De polder besloeg circa 550 hectare en was uitgerust met een pompgemaal; hiervan is later 150 hectare weer verloren gegaan aan de zee.
  • ±1922: Ontstaan van de Totnesspolder en de St. Jozefpolder.
  • 1922 – 1960: Start en bloeiperiode van de biologische rijstbouw, met topopbrengsten tot wel 6000 kilo per hectare.
  • ±1914: De kustlijn bij Totness-Noord ten behoeve van de Communicatieweg bedroeg destijds 4500 meter.
  • ±1810: De kustlijn bij Totness-Noord ten behoeve van de Communicatieweg, de huidige Oost-Westverbinding, bedroeg toen slechts 500 meter.

1940: Het ontstaan van de Zeven Geesten

Op de hoek van de Waaldijkstraat en de Sophie Redmondstraat in Paramaribo, waar tegenwoordig de bussen naar Coronie parkeren, was destijds een drogisterij gevestigd.

Omdat de lokale bevolking weinig geld had, bedacht de Joodse eigenaar een betaalbare oplossing. Hij mengde verschillende essences die hij los verkocht, zoals amandelgeest en rozengeest, tot één product dat bekend werd onder de naam 'Zeven Geesten'.

±1928: Grondbezit voor kleine landbouwers

Op 23 mei werd onder leiding van districtscommissaris H. Prellwitz de series 1 tot en met 4 van de Totnesspolder officieel in eigendom overgedragen aan diverse kleine landbouwers.

1926: Eerste Javaanse contractarbeider

De allereerste Javaanse arbeider arriveerde vanuit Nickerie in Coronie om werk te zoeken; hij werd tewerkgesteld op de plantage Leasowes.

1916: Cultuur en ontspanning

Op 5 juli werd er in Coronie een algemene lees- en ontspanningszaal geopend, exact op de locatie waar tegenwoordig de markt staat.

1908: Eerste veetentoonstelling

Op 24 november werd in Coronie de allereerste veetentoonstelling georganiseerd.

1892: Postwisseldienst

Er werd een binnenlandse postwisseldienst geïntroduceerd die de verbinding tussen Paramaribo, Nickerie, Coronie en Albina aanzienlijk verbeterde.

12 oktober 1873: De eed onder de mahonieboom

De Coronianen kwamen massaal bijeen op het kruispunt van Totness en Friendship rondom de grote mahonieboom. Hier zwoeren zij een plechtige eed (sweri) dat de grond voor altijd in het bezit van hun kinderen moest blijven: "Nowan sma mu seri en bigi ai no mu de" (Niemand mag het verkopen en hebzucht mag er niet zijn).

Onze voorouders verdienden destijds 2,50 gulden per dag voor een werkdag van tien uur.

1 juli 1863: Afschaffing slavernij en de eerste commissaris

Michael de Veer werd aangesteld als de allereerste Districtscommissaris van Coronie. In deze functie was hij tevens belast met de notariële praktijk.

Exact tien jaar later, op 1 juli 1873, ontvingen de Coronianen officieel hun grondpapieren.

1862: Aanleg van Totness

De officiële vestigingsplaats Totness in Coronie werd in dit jaar definitief aangelegd.

1858: Komst van Chinese arbeiders

De eerste groep van 25 Chinese landbouwarbeiders arriveerde in Coronie. Zij hebben met de hand het historische Totnesskanaal gegraven.

1853: Eerste Katholieke kerk

Op 19 maart werd de allereerste Rooms-Katholieke kerk in het district Coronie feestelijk ingewijd.

1851: Officiële naamsverandering naar Coronie

Op 10 oktober 1851 werd de naam van het gebied officieel gewijzigd van Opper-Nickerie naar Coronie. De namen Opper- en Neder-Nickerie waren sinds 1836 in gebruik.

De Coronianen kregen hun grond echter niet gratis; zij moesten hier nog tien jaar lang voor doorwerken.

Ze verdienden destijds feifi banku noti (2,50 gulden) per dag, waarvan tu banku notu nanga afu (1,25 gulden) per dag direct werd ingehouden als aflossing voor de grond.

1837 – 1840: De Moravische Broedergemeente

In 1837 maakten de eerste zendelingen van de Moravische Broedergemeente (EBG) hun eerste reis per boot van Paramaribo naar Coronie. In 1840 vestigde de kerkgemeenschap zich permanent in het district.

1822: Eerste vrije vestigingsplaats

Totness werd officieel uitgeroepen tot de allereerste vrije vestigingsplaats voor vrijgemaakte slaven.

1808: De eerste ontginning

Het district Coronie werd voor het eerst gecultiveerd en bewoond. De allereerste plantage die hier werd aangelegd was 'Lot no. 210', de huidige plantage Burnside.

Er werd voor het eerst katoen geplant onder leiding van de heer A. Cameron. Totness werd hierbij vernoemd naar het Engelse plaatsje Totness in het graafschap Devon.

De geschiedenis van Coronie leeft voort in de verhalen, de mensen, de taal en de herinneringen die van generatie op generatie worden doorgegeven.